Verhalen cliënten

Ex-verslaafde Martijn ging door een diep dal:
‘Ik verdien mijn eigen geld weer, de schulden zijn weg’

Al op zijn dertiende komt Martijn in aanraking met drugs. Hij komt uit een goed milieu, zijn ouders hebben goede banen en zijn broer doet het ook goed. Maar de scheiding van zijn ouders maakt dat hij de verkeerde keuzes maakt. Hij hangt op straat met foute vrienden, gebruikt drugs, doet mee aan inbraken om aan geld te komen en stopt met zijn MTS-opleiding. Uiteindelijk komt hij als verslaafde terecht bij het Leger des Heils.

Je was er al vroeg bij met de drugs. Wanneer begon het problematisch te worden?
‘Vanaf mijn 16e kreeg ik regelmatig hulp aangeboden om van de drugs af te komen. Maar ik zag zelf geen probleem dus weigerde ik. Toen ik 18 was ging ik het huis uit. Met wat vrienden huurden we een eigen flat. Toen begon ook het cocaïnegebruik, daarvóór waren het vooral pilletjes en softdrugs. Ik ging steeds meer drugs gebruiken, we betaalden de huur niet meer en uiteindelijk werd de flat ontruimd. We stonden op straat. We gingen kraken, in Nijmegen, Den Haag, Utrecht. Ik leerde de kneepjes van het krakersbestaan en werkte bij verschillende werkgevers om de drugs te kunnen betalen.’

‘Het Leger des Heils stelde me een ultimatum: óf je aanvaardt hulp van een bewindvoerder óf je kunt vertrekken’

In die tijd ontstond ook een flinke schuld...
‘Ik maakte de post niet meer open, en zo liepen de betalingsachterstanden voor telefoon, gas, water en licht steeds verder op. Ik maakte creditcardschulden, betaalde boetes niet... Ik bouwde een totaal van € 28.000 aan schulden op. Op dat moment kon het me niets schelen.’

Hoe kwam je op straat terecht?
‘Ik kwam op zeker moment weer in Utrecht wonen, waar ik een kamer van een drugsdealer huurde. Daar leerde ik van een huisgenoot heroïne te spuiten. En toen ging het goed mis, ik spoot allerlei zooi in mijn lijf, tot rode wijn aan toe... Omdat ik een huurachterstand opliep, zette mijn huisbaas me uit de kamer. Ik kwam op straat terecht, raakte gedetineerd, kon me nergens inschrijven omdat mijn legitimatiebewijs verlopen was. Ik kon geen nieuw legitimatiebewijs betalen, waardoor ik me ook niet kon inschrijven bij een zorgverzekeraar. Ik woog op zeker moment nog maar 58 kilo. En dat terwijl ik nu 110 kilo weeg, een normaal gewicht voor iemand van 2 meter lang.’ 

En toen was daar het Leger des Heils
‘Ja, na 9 maanden op straat kwam ik bij de laagdrempelige opvang van het Leger des Heils terecht. Ik wilde vooral een dak boven mijn hoofd, een warme maaltijd. Afkicken wilde ik toen nog niet, ik zag alleen het geldprobleem, geen drugsprobleem. Ik had nu een dak boven mijn hoofd maar voelde me niet veilig. Wel ben ik in die tijd weer gaan werken. Ik betaalde een eigen bijdrage voor de kamer. Toen dat steeds onregelmatiger werd, stelde het Leger des Heils me een ultimatum: óf je aanvaardt hulp van een bewindvoerder óf je kunt vertrekken. Ik koos voor de bewindvoerder.’

Wanneer kwam de omslag?
‘Na 2,5 jaar in de laagdrempelige opvang kreeg ik een opstapwoning, waar ik ambulante hulpverlening ontving. Mijn begeleider stelde me bij de intake een vraag die me altijd is bijgebleven: “Wat is je passie?” Ik kon daar eerst geen antwoord op geven. Ik was 38 jaar en gebruikte al 25 jaar drugs. We hebben meerdere gesprekken gevoerd, toen zag ik in dat ik echt moest afkicken om iets te veranderen in mijn leven. Ik had zo veel gespoten dat de kans op een abces en dus amputatie steeds groter werd. Ik was het ook zat om iedere keer weer op straat en in de gevangenis te belanden. Een leven dat alleen maar bestond uit spuiten, werken, spuiten, alcohol, slapen, spuiten enzovoort – dat klopte gewoon niet. Ik zat 9,5 maand in een afkickkliniek, stopte met spuiten. Mijn begeleiders hadden veel geduld met me, zij leerden me de eerste stappen van mijn herstel te zetten.’

En hoe ging het ondertussen met de bewindvoering?
‘Die bewindvoerder had ik min of meer opgelegd gekregen. Het heet ‘vrijwillig beschermingsbewind’, maar het voelde alsof er niet veel vrije wil was. Ik kon tussen 10 en 12 bellen en als ik dan eindelijk iemand aan de telefoon kreeg werd ik onvriendelijk te woord gestaan. Ook was het helemaal niet duidelijk wat er met mijn geld gebeurde. Nog in de kliniek besloot ik om een nieuwe bewindvoerder te zoeken.’

En dat ging wel goed?
‘Jazeker. Ik had een schuld van 28.000 euro. Doordat ik altijd gewerkt had, kreeg ik een WW-uitkering van 2.000 euro per maand. De schulden konden dus in iets meer dan twee jaar worden afgelost, en was een minnelijke of wettelijke schuldenregeling niet nodig. September 2016 maakte mijn bewindvoerder de laatste betaling over aan de schuldeisers. Begin 2017 heb ik om opheffing van bewind verzocht bij de rechter - en gekregen.’

En hoe gaat het nu?
‘Na ontslag uit de kliniek volgde ik de opleiding tot Ervaringsdeskundige. Daarmee kon ik aan de slag bij een verslavingskliniek. Ik verdien mijn eigen geld weer, de schulden zijn weg. De bewindvoerder was echt nodig om mijn schulden te betalen – dat had ik zelf niet voor elkaar gekregen. Nu regel ik mijn geldzaken zelf en gaan veel betalingen via automatische incasso. Ik heb een boekhouder die de administratie van mijn ZZP-activiteiten als ervaringsdeskundige bijhoudt. Onlangs vervulde ik een wens die ik al lang had: ik kocht een nieuwe auto! Ontwikkeling en groei gaan hand in hand met het oplossen van financiële problemen.’

Federatie Opvang is de branchevereniging voor opvang, beschermd wonen en aanpak huiselijk geweld.

Gratis nieuwsbrief ontvangen van Federatie Opvang
Meld je hier aan
Contact

Piet Mondriaanplein 25
Postbus 830, 3800 AV Amersfoort.
033 461 50 29