Met vroegere interventie financiën weer op de rit

Vroegsignalering in Nijmegen

Maria Buur

Projectleider Vroegsignalering Nijmegen

Print Friendly and PDF

Snelle hulp bij schulden kan veel ellende en maatschappelijke kosten besparen. Daarom hebben de gemeente Nijmegen, woningcorporaties, zorgverzekeraars, energiebedrijven en het waterbedrijf gezamenlijk een project Vroegsignalering opgezet: mensen met betalingsachterstanden worden snel financieel ‘op de rit’ gezet. Projectleider Maria Buur is optimistisch: ‘Het college van B&W dat in 2018 aantrad omarmt het project, dus gaan we door.’

De drempel naar schuldhulpverlening blijkt voor veel mensen hoog: het duurt vaak zo’n vier jaar voordat men hulp vraagt. Schulden zijn dan vaak al hoog opgelopen. In Nijmegen kwamen er in 2016 bij Bureau Schuldhulpverlening bijna 630 aanvragen voor hulp binnen, met gemiddeld een schuld van 31.766 euro bij zeven schuldeisers. Op initiatief van Walter Hamers, directeur van woningcorporatie Talis, en de gemeente werd een pilot Vroegsignalering gestart om mensen met schulden vroegtijdig én actief te benaderen met een aanbod voor hulp.

Voortzetting
Maria Buur: ‘Bij het eind van de pilot, begin 2018, vonden alle betrokken partijen inclusief het nieuwe college, dat het project door moest gaan. Iedereen vond dat anderhalf jaar te kort was om deze aanpak zichzelf te laten bewijzen. Nu kunnen we verder bouwen en het project koppelen aan andere hulptrajecten. Inmiddels treft het ministerie van SZW voorbereidingen om de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening aan te passen om zo ook vroegsignalering mogelijk te maken. Als alles volgens planning loopt dat kan de wijziging in 2020 worden ingevoerd. We hebben samen met andere gemeenten goed contact met het ministerie over deze wetswijziging.’

Soortgelijke projecten lopen in Leiden, Utrecht, Rotterdam, Zwolle, Arnhem en op Walcheren. Maria: ‘Nederland verkeert wat vroegsignalering betreft in een opstartfase, iedereen is aan het zoeken en uitproberen. Dat heeft tijd nodig. Gelukkig  krijgen we die.’ Tweemaal per jaar komen de gemeenten die met vroegsignalering experimenteren, bij elkaar om ervaringen uit te wisselen en van elkaar te leren. Maria: ‘Het zijn bijeenkomsten waar iedereen heel veel energie van krijgt.’

Meer informatie

Resultaten pilot

De eerste ervaringen van de pilot stemmen positief. In een aantal gevallen is verslechtering van de financiële situatie gestopt. Over de eerste vijf maanden voldeden 139 mensen aan de criteria. Zij hadden in totaal 307 betalingsachterstanden en een gemiddelde schuld van vijfhonderd euro bij de aanmelders. Er is contact geweest met 75 procent van deze mensen. Aan 69 personen/huishoudens is daadwerkelijk hulp geboden. Vaak bleek de schuldenproblematiek al wat groter te zijn en in sommige gevallen kwam het tot een reguliere aanvraag schuldhulpverlening. 

Mensen reageren veelal positief op het project. Wel varieert de behoefte aan hulp, van een volmondig ‘ja graag’ tot een resoluut ‘dat los ik zelf wel op’. Er zijn geen klachten ontvangen over de werkwijze of over het uitwisselen van informatie tussen partijen. Klanten blijken vaak meerdere schulden te hebben bij andere schuldeisers. Omdat veel  mensen toch al meerdere schulden hebben, rijst de vraag of we te maken hebben met echte ‘vroegsignalering'. Die vraag wordt gedurende de pilot verder onderzocht.

Zorgen voor overzicht
In het project zijn de belangrijkste ‘vastelastenpartijen’ betrokken: de Nijmeegse woningcorporaties, energiebedrijf Nuon, waterbedrijf Vitens en zorgverzekeraars CZ, VGZ, Menzis en Zilveren Kruis. Maria Buur: “De meeste van deze partijen zijn al actief in de preventie of het vroegtijdig te lijf gaan van schulden vanuit hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Je huis uitgezet worden, afgesloten worden van nutsvoorzieningen of in de bronheffing ziektekostenverzekering belanden, hebben vergaande consequenties voor mensen en zadelen daarnaast crediteuren op met hoge kosten en oninbare vorderingen. Maar ook als alle partijen zich individueel inzetten voor potentiële schuldenaren, ontbreekt het overzicht. Dat is een belangrijke meerwaarde van samenwerking.“

‘Soortgelijke projecten lopen in Leiden, Utrecht, Rotterdam, Zwolle, Arnhem en op Walcheren’

Lange adem
In euro's heeft het de convenantpartners tot nu toe nog niet veel opgeleverd, aldus Maria. ‘Maar ze geloven in werkzwijze en weten dat het een kwestie van lange adem is. En het project heeft een positieve impact gehad op de onderlinge samenwerking. We bereiken een groep waarvan we denken dat we die anders pas over vier jaar tegenkomen – met veel grotere schulden.’

Het merendeel zijn mensen met een reguliere baan en een salaris. Ze zijn vaak getroffen door een life event als scheiding, ontslag of verlies van een naaste. Maria: ‘Je ziet vaak dat deze mensen het tijdelijk niet meer zien zitten en het overzicht verliezen. Vaak zijn het mensen die nog niet zo veel schuld lijken te hebben, maar zijn ze eenmaal binnen dan blijkt er vaak meer aan de hand te zijn. Nu laten we zien dat ze er niet alleen voor staan, dat ze niet aan hun lot worden overgelaten. We geven ze een duwtje in de goede richting.’

Wanneer interventie
Als je gegevens over klanten uitwisselt zijn wat hobbels te nemen, bijvoorbeeld op het gebied van privacy en veiligheid. Het verstrekken van NAW- en financiële gegevens moet wel voldoen aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en specifieke regels waar bijvoorbeeld de nutsbedrijven en de ziektekostenverzekeraars mee te maken hebben. Nijmegen koos voor samenwerking met het Bureau Krediet Registratie (BKR). De partijen leveren de NAW-gegevens van hun klanten met betalingsachterstand aan bij het BKR, waar vervolgens op basis van afgesproken criteria wordt bepaald wie in aanmerking komt voor een hulpaanbod.

Maria Buur: “Het bepalen van criteria was niet gemakkelijk. Als wordt gekozen voor een kortdurende achterstand, kan het zijn dat er niet echt iets aan de hand is: iemand is gewoon vergeten te betalen of is op vakantie. Aan de andere kant wil je ook niet te laat zijn, want dan zijn de achterstanden misschien te hoog opgelopen om het snel te kunnen oplossen.” Uiteindelijk koos men ervoor te signaleren bij een betalingsachterstand van maximaal honderd dagen. Er is sprake van een match als er in een maand een betalingsachterstand bij twee partijen is. Bovendien wordt gekeken naar een periode van drie opeenvolgende maanden; als iemand in december een huurachterstand heeft en in februari zijn ziektekostenpremie niet betaalt, is er een match in de maand december.

Team Op de rit
Maria: “Is er een match, dan worden de incassomaatregelen van de partijen die hebben aangeleverd op dat adres stopgezet. Het team Op-de-rit van Bureau Schuldhulpverlening van de gemeente komt dan in actie. Zij streven ernaar binnen maximaal twee maanden tot een oplossing te komen.”

Het eerste hulpaanbod krijgt betrokkene per post. In een flyer wordt uitleg gegeven over wat men voor iemand kan betekenen. Wordt er geen contact opgenomen, dan gaat de klantmanager er in persoon op af. Maria: ‘Samen met betrokkene kijkt de klantmanager naar het financiële huishouden van de klant. Welke schulden zijn er? Welke inkomsten zijn er en wat zijn de vaste lasten? Mogelijk worden er betalingsregelingen gemaakt. Soms kan een lening via de Gemeentelijke Krediet Bank een oplossing zijn.’ Na deze “eerste hulp” wordt zo nodig een passend aanbod voor een vervolgtraject gedaan, via het reguliere traject schuldhulpverlening of via een van de ketenpartners die in Nijmegen actief zijn in schuldhulpverlening.

Nazorg
Als er niet binnen twee maanden afspraken met de klant gemaakt kunnen worden, wordt het incassotraject hervat. Ook bij mensen die niet ingaan op het hulpaanbod houdt de gemeente, net als bij de klanten die wel hulp accepteren, de vinger aan de pols: na drie maanden wordt nog eens contact opgenomen. En mensen die op de rit zijn geholpen worden ook nog langere tijd gevolgd. Maria: ‘Uit evaluaties blijkt dat sommigen na verloop van tijd toch weer beginnen terug te vallen. Dat moet je voorkomen, door langer contact met hen te houden, ook nadat ze succesvol op de rit zijn gezet.’

Uit de praktijk

“Mevrouw had een betalingsachterstand bij de gemeente (€ 157,15) en het waterleveringsbedrijf (€ 64,33). Ik voelde me bezwaard toen ik bij haar voor de deur stond. Is het wel de moeite waard om langs te gaan voor zo’n kleine schuld? Dat bleek wel zo te zijn, sterker nog, ik kwam precies op het goede moment. Een halfjaar geleden was mevrouw gestart met een nieuwe baan, waardoor zij haar aanvullende uitkering stop kon zetten. Ook kreeg zij een nieuwe woning toegewezen, dus moest zij naast een nieuwe baan ook verhuizen. Helaas kreeg zij al snel een conflict met haar werkgever dat zo hoog opliep dat mevrouw depressief thuis kwam te zitten. Hierdoor kon zij het niet meer opbrengen de financiën goed bij te houden.

‘Op het moment dat ik bij haar aanbelde opende zij haar post niet meer en werden rekeningen niet meer op tijd betaald. Helaas was ook een nieuwe schuld ontstaan omdat mevrouw bijzondere bijstand had gekregen voor de inrichting van haar nieuwe woning. Hiervan moest zij bonnen aanleveren als bewijs. Daar had zij natuurlijk wel brieven over gehad, maar deze had zij niet geopend, waardoor de bijstand werd teruggevorderd.  Inmiddels heb ik voor haar begeleiding geregeld die bij haar thuiskomt om met haar de financiën maandelijks na te kijken. Ook heb ik de terugvordering van de bijzondere bijstand terug kunnen draaien en een regeling getroffen voor een andere schuld. Het gaat nu een stuk beter, haar financiën zijn gelukkig weer op orde.”

Federatie Opvang is de branchevereniging voor opvang, beschermd wonen en aanpak huiselijk geweld.

Gratis nieuwsbrief ontvangen van Federatie Opvang
Meld je hier aan
Contact

Piet Mondriaanplein 25
Postbus 830, 3800 AV Amersfoort.
033 461 50 29